Evette Schaeffer basic met 20 kleppen.

Started by drietenor, 25 April 2015, 12:12:00

Previous topic - Next topic

0 Members and 1 Guest are viewing this topic.

drietenor

Een Evette overgenomen die er nog goed uitzag uit 1924.
Een heel basaal ontwerp, een immitatie van een van de oorspronkelijke Adolphe ontwerpen.
Aangezien het herpolsteren mij iets van 20 euro aan materiaal kost ben ik hem maar speelbaar gaan maken.
Je leert er altijd iets van. Het geeft meer inzicht in de geschiedenis van het instrument.
Zoals de 3 mm polsters die ook door Adolphe gebruikt zijn.
Wanneer men is omgegaan naar 4 mm polsters, waarna er weer harder vilt is gebruikt om die extra dikte te compenseren.

Zelf werk ik met houten polsters vanwege de kosten en omdat ze veel langer meegaan.
Iets wat voor een dergelijk instrument best handig kan zijn, het is geen instrument dat je elk jaar gaat spelen.

Ook kan je iets leren waarom er sommige dingen op de saxofoon zijn veranderd.
Bijvoorbeeld de bis key zou handig zijn op dit instrument omdat het alleen een zij-bes greep heeft.

Een van de eerste dingen die opviel was dat af fabriek de lage Es klep (Es1) verkeerd was afgesteld.
De staander was schuin afgevijld waardoor er veel frictie op de as zat.
Deze saxofoon was dus alleen speelbaar met een gigantisch sterke veer op die klep.
Waardoor het gelijk duidelijk was waarom deze saxofoon er nog zo goed uit zag.
Er was de laatste 91 jaar niet op te spelen, hetgeen de saxofoon de Monique van zijn tijd maakte.
Mijn excuses aan alle mensen met deze naam, het is niet persoonlijk bedoeld.

De reparatie was 10 minuten werk, daarna bleek dat het een 440 Hz saxofoon was.
Met een dergelijke saxofoon verwacht je dat het een high pitch instrument is.
Volgens internet zou er op alle Evette's van dit type een teken op moeten staan voor de pitch.
Niet dus.

Maar goed , nu heb ik een instrument om authentieke muziek, van voor 1988, op saxofoon te spelen.
En door de polsters kan ik hem ook 10 jaar in de kist laten liggen.

8) 8) 8)
De saxofoon is gebaseerd op technologie van 1810

Windbuil

De wetenschap te ontdoen van romantiek is de romantiek van de wetenschap

drietenor

Dank je Windbuil,en het verhaal gaat verder.

De Evette is nu dicht en speelt weer. Precies de helft van de polsters vervangen door houten.
Voornamelijk de grotere maten, normaal gaan de kleintjes eerst.
Maar dit is natuurlijk een instrument waar niet veel op gespeeld is.
De oorspronkelijke polsters waren een mengsel van oude witte zonder reflector en
bruine leren met plastic reflector die duidelijk van een latere datum waren.
Op een na zijn alle bruine polsters vervangen.
De oude witte leren polsters waren duidelijk beter (of beter geplaatst)
dan de nieuwe bruine.  Het geeft toch wel aan dat de vroegere materialen veel duurzamer waren.
En in die traditie ben ik nu bezig met duurzame vervanging.

Met een Runyon quantum mondstuk (geen inlay) geeft het een heel beschaafd zachte klank.
Ik had verwacht dat er met minder kleppen ook minder demping zou zijn, dus niet.
Het is niet veel harder dan een gitaar.  De stemming is redelijk, maar er kan nog aan gesleuteld worden.
De boventonen zijn redelijk makkelijk te spelen.
Ik ga mijn Vogelwerth alt mondstuk opzoeken, het is ongeveer uit die tijd en heeft een grote kamer.
Vogelwerth heeft samen met Pellison en ik dacht Guenot aan saxofoons gewerkt.
Dat zal mischien iets gepaster zijn dan een Runyon.

De gereduceerde set kleppen valt in de praktijk mee.
Voornamelijk de niet automatische oktaafklep gaat af en toe nog mis.
Wat mij opvalt is dat de kleine toongaten aan de grote kant zijn in vergelijking met  andere Franse alten uit die tijd.
Mischien dat ze iets lager op de saxofoon zitten.

8) 8) 8)
De saxofoon is gebaseerd op technologie van 1810

drietenor

Voor het stemmen kwam ik dit filmpje tegen:



Het kan ook helpen bij een president tenor met wat intonatieproblemen.

8) 8) 8)
De saxofoon is gebaseerd op technologie van 1810

Windbuil

Interessant filmpje. Het lijkt er niet om te liegen.
Maar ik snap niet hoe de diameter van een buis de toonhoogte kan beïnvloeden.
Iemand een verklaring? Drietenor misschien?
De wetenschap te ontdoen van romantiek is de romantiek van de wetenschap

drietenor

Goede vraag, ik heb er zelf nooit een goed antwoord op gevonden.
Een korte poging, meer een beschrijving wat er gebeurd dan een berekening.

Als je hoorn speelt kan je de toon verhogen door je hand in de beker te steken.
Dit kan je ook met de nek van de saxofoon plus mondstuk uitvoeren (niet je hele hand gebruiken).
De pijp wordt niet langer, wel maak je het instrument minder conisch.
Hierdoor verleg je het virtuele beginpunt van de kegel die de saxofoon ongeveer van vorm is.
Het virtuele punt komt verder van het instrument te liggen en de toon wordt hoger.
Omgekeerd als je een restrictie in de nek plaatst leg je het virtuele beginpunt van de kegel dichter bij het instrument en wordt de toon lager.

Dit is alleen een waarneming van een verschijnsel, de
vraag hoe dit virtuele punt invloed heeft op de frequintie is nog niet beantwoord.

De plaats van de restrictie is in beidde gevallen bij de punten waar de snelheidsvariaties van de lucht het grootst zijn.
Hierdoor worden de snelheidsvariaties van de lucht kleiner en duurt het langer om de druk bij het riet te veranderen, wat direct de frequintie veranderd.
Bij de grondtoon zijn er weinig snelheidvariaties aan het begin van de nek, het effect op de frequintie is hierbij te verwaarlozen.
Bij het eerste oktaaf zijn  er in het gebied van de restrictie wel snelheidsknopen, waardoor er wel een effect optreed.

Ik kan me voorstellen dat er een formule te vinden is waarbij de frequintie verandering afhangt van het verschil in kamervolume en volume in het virtuele deel van de kegel, maal het aantal keren dat overgeblazen wordt (1 of 0 voor de grondtoon, afhankelijk van de plaats van de restrictie). Maar die heb ik nog niet gevonden.

8) 8) 8)
 
De saxofoon is gebaseerd op technologie van 1810

Penningh

Vraagje.
Heeft het misschien iets te maken met de golfhoogte die in de past?
Tenor: Selmer Mark VI 1967 verzilverd - mondstuk Selmer C**- Rigotti 3m.
Tenor:The Martin Stensil ong. 1935 -verzilverd- mondstuk SM-Rigotti 3m.

drietenor

Bedoel je of het iets te maken heeft of de golfhoogte in de buis past?
De saxofoon is gebaseerd op technologie van 1810

Penningh

Ik bedoelde dit wel maar de golfhoogte heeft te maken met het volume van de geluid.
Tenor: Selmer Mark VI 1967 verzilverd - mondstuk Selmer C**- Rigotti 3m.
Tenor:The Martin Stensil ong. 1935 -verzilverd- mondstuk SM-Rigotti 3m.

drietenor

Fysisch is de golfhoogte  de grootte van de drukvariaties wat direct te vertalen is in volume.
Hoe dunner de buis wordt hoe minder groot de invloed op de drukvariaties bij het riet kan zijn.
Op een gegeven moment kan de buis het riet niet meer aan en wordt het hele systeem geknepen.
Ik ga eens kijken hoe dat ook al weer zat met de pea shooter trompet.

Zelf neig ik er naar dat de grootte van het riet ook een invloed heeft op de verandering van de frequintie.
Maar de grootte van het riet hang weer samen met het kamervolume van het mondstuk, dus twijfel ik of het echt nodig is.

8) 8) 8)
De saxofoon is gebaseerd op technologie van 1810

drietenor

Niet de grootte van het riet, maar de sterkte van het riet hoort ook in de vergelijking.
Als een riet zwakker wordt dan wordt de frequintie lager, hetgeen gecompenseerd wordt door het mondstuk een mm verder te plaatsen.
Geen groot effect, maar het is een van die dingen die invloed heeft.
Kortom er is geen echt simpele vergelijking waarmee je de frequintie van een saxofoon kan uitrekenen.
Mogelijk hebben we niet eens alle nodige variabelen, bijvoorbeeld de invloed van een venster (vierkant, rond of hoefijzervorm) in het mondstuk.

8) 8) 8)

De saxofoon is gebaseerd op technologie van 1810

Windbuil

Quote from: drietenor on 28 April 2015, 15:04:53
Goede vraag, ik heb er zelf nooit een goed antwoord op gevonden.
Een korte poging, meer een beschrijving wat er gebeurd dan een berekening.
.......enzovoorts.

Een buitengewoon boeiende beschouwing. Vooral betreffende het viruele deel van de kegel.
Alle saxofonisten weten dat wanneer de embouchure wat losser wordt, de toon zakt en bij strakkere embouchre de toon hoger wordt.
Nou meen ik gelezen te hebben dat bij het lossen van de embouchure de top van het denkbeeldig kegeldeel dieper in de mond komt te liggen en bij aanspannen van de embouchure minder diep.
Hoe valt dat nu te rijmen met de theorie van Drietenor?
Ik ga opzoek naar het kegeltip verhaal.
De wetenschap te ontdoen van romantiek is de romantiek van de wetenschap

the martin

Geen conisch instrument, maar bij trombone zie je het zelfde...
Je hebt trombones in verschillende boringen. Die met de kleine boring zijn ook kleiner van bouw (korter van buis) dan die met grotere boringen....

Windbuil

Quote from: the martin on 29 April 2015, 07:33:00
Geen conisch instrument, maar bij trombone zie je het zelfde...
Je hebt trombones in verschillende boringen. Die met de kleine boring zijn ook kleiner van bouw (korter van buis) dan die met grotere boringen....
In Zur Akustik der Blasinstrumente  (Otto Steinkopf) lees ik daar niets over en Nederveen schrijft daar ook niets over, als ik me goed herinner.
Volgens Steinkopf bevindt de eerste knoop zich op de punt van de denkbeeldige kegel.
Hij schrijft ook:
"Ein eng gebohrtes Mundstük, ein schweres und anliegendes Blatt, eine kurze Bahn, ein festres Anzats mit starkem Druck und ein kleingefomte Mundhöhle machen den Tohn hoch........" (blz. 20).
Dus zou de punt van de denkbeeldige kegel dichter bij het instrument komen te liggen, is mijn gevolgtrekking dan.
De wetenschap te ontdoen van romantiek is de romantiek van de wetenschap

drietenor

Een grotere beker zou mischien een effect hebben, maar dat de diameter van de buis bepalend is voor de frequintie bij een trombone lijkt mij sterk. Ik ga vrijdag eens een bastrombone met een normale trombone vergelijken.

8) 8) 8)
De saxofoon is gebaseerd op technologie van 1810